Confederalisme en (on)bestuurbaarheid
Bij het toetreden van Michael Freilich tot de NVA, en de paralellen die hij daarbij trekt met de situatie in Israël, moest ik onwillekeurig terugdenken aan de RTBF ‘rapportage’ over de onafhankelijkheid van Vlaanderen. Twaalf jaar geleden alweer. Destijds correspondeerde ik vanuit Ramallah met een Brusselse vriend verder over het thema. Hij fantaseerde er op los over check-points tussen federale en ‘bezette’ Vlaamse gebieden, zelfmoordaanslagen door splintergroepen allerhande, F-16 raids op Antwerpen. Ik zoog een miraculeuze vrede in het Heilige Land uit mijn duim, op Belgische leest: met heikele evenwichten (jij een brug, ik een scheepslift), institutionele overkill, en economische vervlechting.
Parodieën ter zijde, ik geloofde toen hard in de tweestaten-oplossing: eerst iedereen apart zetten, even afkoelen, om dan vanuit het inzicht dat het gebied te klein is om op te delen terug beginnen samenwerken. Dat kan in zo’n geval best eerst binnen een gemeenschappelijk financieel-economisch beleidskader à la Benelux. Vroeg of laat dringt zich een gezamenlijke munt op, en bewegingsvrijheid tussen de verschillende gebieden. Een soort confederalisme zeg maar, gericht op verdere eenmaking.
Die tweestaten-oplossing, dat weet thans het kleinste kind, is vandaag onmogelijk. Israël controleert het hele gebied tussen Middellandse Zee en Jordaan. De versnipperde Palestijnse gebieden, het Baarle-Nassau van het Midden-Oosten zeg maar, kunnen onmogelijk nog een staat worden. Tijd dus om elke bewoner, van de Middellandse Zee tot de Jordaan, burgerrechten te geven: stemrecht in plaats van oorlogsrecht. Met dat stemrecht kunnen ze dan desgevallend een soort confederalisme nastreven. ‘Wat we zelf doen, doen we beter’, onder een gemeenschappelijke munt, met bewegingsvrijheid tussen de verschillende gebieden. Alle wegen leiden naar Rome.
De parallel met België, zoals het land zelf, wringt langs alle kanten. Wat blijft is het potentieel voor oplossingen. Als de oprechte wil er is maakt het niet uit hoe je er geraakt. Het alternatief is slepende besluiteloosheid, en ja, geweld. Confederalisme zoals dat in de Belgische context regelmatig de revue passeert kan een aanzet tot oplossing zijn voor veel problemen, of een koevoet om de deur uit zijn hengsels te breken. Net zoals het Israëlisch-Palestijnse vredesproces veel beloofde maar een tranendal werd.
België kan beter: pakweg met één federale regering, daaronder drie volwaardige gewesten, en basta. Iets dat je kan uitleggen of, god verhoede, besturen. Ik stemde ooit, net terug van een wellicht te lang verblijf in de Palestijnse gebieden, op ‘de verkeerde’ partij. Mijn vrienden lachen er nog steeds om. Met dezelfde naïviteit waarin ik de tweestatenvrede vertolkte geloofde ik in een ‘grand bargain’ tussen NVA en PS, alles op tafel gooien, de catharsis een beter land. Even alles uit elkaar pakken, en dan zien hoe we een en ander terug in elkaar kunnen steken. A là Midden Oosten: afkoelen, dan samenwerken.
De echte naïviteit, die ik voor een keer niet deel, bestaat erin te denken dat “wat we nog samen doen” bepaald wordt door historische sentimenten, veldslagen van 700 of 70 jaar geleden. Dat de opdeling van een artificiële samenvoeging per definitie ‘natuurlijk’ is, of beter voor de mensen. Dat de NVA het land (beter) beheren wil. Dat de Vlaamse nationalisten haar historische intolerante reflexen, nu eens tegen moslims, dan weer tegen joden, finaal achter zich hebben gelaten. De komst van Michael Freilich steekt schril af tegen hun nauw aanleunen bij Schuld en Vrienden, het overheersende belang, zoals Bart De Wever vandaag nog aanhaalde, van “het redden van Christenen”. Het confederalisme van de NVA is in dat sombere licht een twee-statenoplossing, thans verworden tot een mantra, een excuus om te blijven hameren op ‘anderen’ terwijl de hele boel verder wegzakt in de onbestuurbaarheid.