De laatste tijger
Afrika staat niet alleen aan de wieg van de mensheid, maar ook van meer clichés dan je met een gammel Russisch transportvliegtuig kan overvliegen. Die gemeenplaatsen kloppen veelal. Hier lieten die uit het noorden; Arabieren en Europeanen, zich van hun meest gruwelijke, slavendrijvende kant zien. Hier vertaalde koloniale achterstelling zich in nagelnieuwe, onthoofde naties: speelplaats voor autocraten, veelal met kepie of tijgermotief hoedje en bolle buik. Zoals vele van hun onderdanen maar dan anders. Tot op vandaag sterven miljoenen aan gemakkelijk voorkombare aandoeningen zoals honger en machinegeweervuur.
Alles kan beter.
Afrika kan niet alleen beter. Afrika doet het ook stukken beter dan headlines en doempredikers doen vermoeden. Hier en daar in elk geval. Ethiopiërs en Somali staan aan de rand van de afgrond terwijl Rwandezen een heuse high-tech industrie uit de grond stampen. Noord-Afrika speelt intussen de Europese lente van 1989 na op haar eigen onnavolgbare wijze. Die contrasten, samen met de schier onbevattelijke afmetingen van het continent herleiden elke veralgemening tot onzin. Zinvollere betrekkingen tussen Noord en Zuid zullen, dromen van een Afrikaanse Unie ten spijt, de enorme waaier aan mensen, ervaringen, en noden in acht moeten nemen. One size doesn’t fit all.
Worst case scenario.
Europa is ontwikkeld. Afrika is dat niet. Europa heeft nood aan grondstoffen. Afrika heeft er. Uit de weg dus mensenrechten, kritische dialoog, en nog van dat moois. De realistische politicus onderkent scheve machtsverhoudingen en maakt daar ongegeneerd gebruik van. Een Duitse kanselier, Franse president, of Belgische premier wordt verkozen om respectievelijk Duitse, Franse, en Belgische kiezers te dienen, en niemand anders. Afrikaanse presidenten, wel, die worden beter niet verkozen. Kwestie van niet te veel in de weg te lopen. Hun onderdanen zijn al lang blij met een McJob als mijnbewaker, of chauffeur/kok voor blanke of Aziatische ingenieurs. Vooral grondstofrijke regimes zien de democratische verworvenheden van de jaren negentig bedreigd door staatsgrepen en immer stoutere leiders. Europa mengt zich beter niet in zulke interne aangelegenheden. Kwestie van geen contracten mis te lopen.
En toch…
Vandaag meer dan ooit worden Afrikaanse staatshoofden vervangen in het stemhokje. Hallo mensenrechten, goeiemorgen kritische Euro-Afrikaanse dialoog! Deze laatste zowaar in beide richtingen. Schaarsere grondstoffen en meer klanten geven Afrika voor het eerst een been om op te staan. Weinig ‘supply’ en veel ‘demand’ maakt de klant een beetje minder koning. Meer nog, landen als Australië en recent ook Zuid-Afrika tonen dat wat zich onder de bodem bevindt niet noodzakelijk dood en vernieling zaait aan de politieke oppervlakte. Het is aan de wakkere Westerse burger om, samen met zijn Afrikaanse evenknie, multinationals en regeringen op het rechte pad te brengen en te houden. ‘De Chinezen stellen geen vervelende vragen’ mag geen excuus zijn voor een ‘business as usual’ aanpak. Minerale rijkdom hoeft geen vloek te zijn. Met 15 olie-exporterende en 38 netto invoerders wordt het grondstoffenverhaal overigens meer en meer een intra-Afrikaanse aangelegenheid. Regionale integratie moet iedereen laten meeprofiteren, en Europa moet zich in deze constructief opstellen. Goede Noord-Zuid verhoudingen kunnen niet zonder een sterk Zuid-Zuid verhaal. Een daadkrachtiger, zelfbewuster Afrika dus, en een bescheidener Europa.
Cultuur.
Steeds meer Internationale, nationale en lokale initiatieven in Afrika, Europa en op mondiaal niveau erkennen het belang van cultuur in ontwikkelingsinitiatieven. Speciale aandacht gaat dan naar de maatschappelijke, educatieve en economische impact van culturele kennis en diens impact op duurzame vooruitgang. Dat discours wordt niet langer enkel onderschreven door organisaties in de culturele sector, maar geleidelijk ook door officiële instanties. De UNDP vermeldt ‘culturele vrijheid en keuze’ in haar Human Development rapport van 2004. UNCTAD legt meer en meer nadruk op de 'creatieve economie' als een bron van groei en werkgelegenheid. Het zal aan de Afrikanen zelf zijn om die mooie theorie in de praktijk om te zetten: culturele uitwisseling tussen Afrika en Europa als katalysator voor economische samenwerking en omgekeerd.
Wet van de stimulerende achterstand.
Oude ontwikkelingsmodellen, gebaseerd op de fysieke verplaatsing van voorwerpen, staan op hun kop. In de nieuwe informatiewereld komt, rara, informatie op de eerste plaats. Infrastructuur en industrieën nemen niet noodzakelijk meer het voortouw. Afrikaanse achterstand op dat vlak betekent niet langer een handicap. Integendeel. De computer-revolutie, en zijn industriële halfbroer de hernieuwbare energiesector, wortelen gemakkelijker in het Zuiden. De harde ‘dingen’ -economie volgt in haar zog. Fotovoltaïsche cellen, bedacht in het Noorden, ondervinden in het Zuiden minder concurrentie van gevestigde nucleaire of andere klassieke energievoorzieningen. Die omwenteling, bescheiden aangevat in Europa, kan zich in Afrika ten volle ontplooien.
Full circle.
Nu goedkope outsourcing regio’s Azië en Zuid-Amerika zich langzaam maar zeker ontwikkelen en duurder worden, blijft enkel Afrika achter. Of toch… Langsheen de nieuwe glasvezel-verbinding die het continent omzoomt ontspruiten de eerste call-centers. Wat de rest van de wereld kan, kan Afrika ook. Misschien wel beter: zonnepanelen tonen de gedecentraliseerde, hernieuwbare toekomst. Minder ‘eerst komt, eerst maalt’, maar eerder ‘wie laatst lacht, best lacht’. Zo ook deze niet-Aziatische welp, in de wieg van de volgende revolutie.