Ramallah
“We zijn altijd bezet geweest. De Turken lieten ons verhongeren. De Britten brachten ten minste scholen, straten en ziekenhuizen.” Ramzi is de vader van mijn huisbaas Mitri. Polio verlamde zijn benen toen hij tien was. Ondertussen is de brave man bijna tachtig, maar hij heeft nog steeds over alles en nog wat een mening klaar. “Hoe de situatie nu is, kan ze niet blijven.”
In de bijna twee jaar dat ik in Ramallah ben is verandering inderdaad de enige constante geweest. Net na de dood van Yasser Arafat kwam ik naar de Palestijnse gebieden om er via een Belgische ontwikkelingsorganisatie te werken aan locale projecten. Er was veel optimisme bij de mensen. Er waren presidentsverkiezingen, Ramallah leefde op.
Dat was 2005. In 2006 kwamen parlementsverkiezingen en de internationaal niet-gesmaakte Hamas regering. “Ik mocht Arafat niet zo,” zegt Ramzi, “maar de toestand nu is slechter dan toen hij nog leefde.”
Normaal gezien blijf ikzelf hier nog tot eind 2007. Enkel zeer stoutmoedigen durven voorspellen hoe dat jaar eruit zal zien. Ramzi is er zo een. “Er staat zeker iets te gebeuren.” Als je hem dan aanport moet hij toegeven dat hij ook niet zo goed weet wat dan precies. De situatie is hoe dan ook nijpend. Mitri is leraar fysica in een openbare school en heeft zelf drie kinderen die les volgen aan een Katholieke privé-school. “Ik ben al sinds april niet meer betaald. Sinds het begin van het nieuwe schooljaar staken we dan ook. Veel leerkrachten die van buiten Ramallah komen kunnen niet eens de zes Shekels betalen voor het transport.”
Ziekenhuizen draaien op een noodpitje. Winkeltjes worden banken wanneer dozijnen families er op krediet inkopen doen. Spaargeld smelt weg en zelfs familiejuwelen en trouwringen moeten eraan geloven. Sommigen, zoals Mitri, kunnen gelukkig een appartement verhuren aan buitenlanders zoals ik. Die huur is via mijn salaris uit België misschien wel de meest directe ontwikkelingshulp die je kan bedenken. De projecten van onze organisatie die focussen op de capaciteiten van jeugd, o.a. via training en workshops, hebben een impact die zich wat minder tastbaar en verder in de toekomst moet doen voelen. “We zijn in elk geval blij dat de buitenlanders blijven komen.” Ramzi schenkt liters thee en vraagt immer nieuwsgierig naar hoe Europa is. Zelf vertelt hij honderduit over Palestina en hoe het vroeger was. Ik drink, luister en observeer de politieke roetsjbaan die met een rotvaart door het land dondert.